Ander

Ander

gepubliceerd op
2023 jun 12

Doelstelling 10 - Zorgen voor een coherente uitvoering van/en tussen biodiversiteitsgerelateerde verbintenissen en overeenkomsten


Er zijn vijf wereldwijde „verdragen op het gebied van biodiversiteit”: het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD), het Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (CMS), het Verdrag inzake wetlands (Ramsar) en de Werelderfgoedconventie (WHC). De twee andere verdragen van Rio (het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming en het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering) zijn ook relevant voor biodiversiteit.

Al deze verdragen overlappen elkaar wat betreft de vereisten voor de partijen op het gebied van onderzoek, rapportage, onderwijs en bewustmaking van het publiek, de noodzaak van capaciteitsopbouw, het synthetiseren van wetenschappelijke gegevens, de betrokkenheid van belanghebbenden, enz.

Bovendien worden enkele specifieke biodiversiteitsgerelateerde kwesties behandeld in het kader van verschillende verdragen (bijvoorbeeld invasieve uitheemse soorten worden aangepakt door het CBD, CITES, CMS, Ramsar en het UNFCCC).

Naast deze internationale verplichtingen en overeenkomsten moeten ook verschillende regionale verdragen en overeenkomsten die relevant zijn voor biodiversiteit worden uitgevoerd (Verdrag van Bern, vogel- en habitatrichtlijnen, AEWA, EUROBATS, enz.).

Dit onderstreept de sterke behoefte aan synergieën bij de nationale uitvoering van deze toezeggingen om complementaire en wederzijdse versterking te garanderen. Sterkere synergieën op nationaal niveau zullen dubbel werk verminderen, tegenstrijdigheden vermijden en een efficiënter gebruik van de beschikbare middelen betekenen.